Column Arie Cupé: Doe ‘ns wat, meneer Sonneveld

In 1982 debuteerde Arie Cupé in het liedjesprogramma van Oklahoma tot Anatevka en sindsdien heeft hij in vele voorstellingen acte de préséance gegeven. De meeste recente voorstellingen waar Arie Cupé in te zien was waren “De Jantjes” en “Harrie let op de kleintjes” In de columns die Arie Cupé maandelijks voor ons zal schrijven, neemt hij je mee naar zijn rijke en persoonlijke theaterverleden.

Op 8 maart 1974 overleed Wim Sonneveld. Het werd in de ochtend bekend gemaakt. Ik was toen 11 jaar en zat dus nog op de lagere school. Dat heet tegenwoordig anders, groep zoveel, maar omdat ik niet zo omringd word door schoolgaande kinderen, wéét ik dat niet precies. Vergeef mij. Maar goed, wat ik wél weet, is dat de leraar écht aangeslagen was. En ik kan me ook nog goed herinneren, dat ik dacht wat een bijzonder artiest Wim Sonneveld geweest moest zijn, als een leraar op school écht last heeft van het bericht van zijn overlijden.

Gek genoeg wist ik op dat moment nog niet zoveel van Wim Sonneveld af. Tenminste, mijn ouders hadden een paar LP’s. Ik kende natuurlijk de liedjes. Maar ik heb Wim nooit live zien optreden. Toen bleek dat mijn schoolmeester niet alleen stond. De impact van Sonneveld’s dood was in Nederland zó groot, dat ik me maar wat meer in hem ging verdiepen. Hij mocht 56 jaar worden. Maar in zijn arbeidzaam leven heeft hij zó’n stempel gedrukt op het Nederlandse amusement, dat zijn stem op CD’s, DVD’s, radio en televisie nu nog altijd klinkt. Na al die jaren. En terecht.

Enkele maanden na zijn overlijden werd er in het Toneelmuseum, aan de Herengracht in Amsterdam, een grote tentoonstelling over Sonneveld ingericht. Er hingen kostuums uit zijn grote shows, affiches, er waren vele foto’s, geluidsfragmenten en er stonden televisies met logge videorecorders waarop de theatershows draaiden. En geweldig tv-shows zoals ‘Doe ‘ns wat, meneer Sonneveld’, waarin het bekende ‘Catootje’ zat, met de beginnende Jasperina de Jong als heks. De belangstelling voor de tentoonstelling was zó groot, dat deze er máándenlang bleef staan. Ik wóónde zo’n beetje in het Toneelmuseum. Heb alles steeds goed bekeken, gelezen, gehoord en raakte helemaal in de ban van deze grootmeester. Ik mocht van mijn ouders de ontbrekende platen kopen. En zo maakte Wim Sonneveld, postuum, een hele grote indruk op me en werd ik alsnog betoverd door zijn aanpak van de teksten en uiteraard door zijn bijzondere stem. Het werd één van die mensen waardóór ik aan het toneel wilde. Het is ook wel illustratief dat het eerste liedje dat ik ooit op de radio zong ‘Josefien’ was, tekst Friso Wiegersma, muziek Wim zelf. Dat gebeurde in het programma ‘Kom ‘ns langs in Des Indes’ van Karel Prior, 3 mei 1983 om precies te zijn. Ik was toen 20. Ik zou nog vaak liedjes uit het Sonneveld-repertoire zingen en doe dat nu nog steeds. Het blijft geweldig en tijdloos materiaal.

Als persoonlijk hoogtepunt mocht ik 3 juni 2017 ‘Het Dorp’ zingen in het Concertgebouw, het jaar waarin Wim honderd jaar geleden was geboren. Dat voelde als mijn eigen, persoonlijke eerbetoon. Ik heb in mijn leven een heleboel mensen leren kennen die bij het leven van Sonneveld hoorden: Conny Stuart, Hetty Blok, Ruud Bos, Georgette Hagedoorn en vele andere collega’s. Ik vond het altijd geweldig als zij het over Wim hadden. Daar zat immers geen schakel tussen. Verhalen die rechtstreeks uit de monden kwamen van de mensen die het zélf hadden méégemaakt. Met Wim.

Wim Zonneveld 2

Ergens begin jaren ’90 gingen mijn Martin en ik naar een voorstelling van Purper in het Nieuwe de la Mar Theater. Eén van de toenmalige leden van het gezelschap was Hans van der Woude. Hans werd, na Wim Sonneveld, de nieuwe partner van tekstschrijver/schilder Friso Wiegersma. Na de voorstelling gingen wij nog iets drinken in café Weber, aan de overkant in de Marnixstraat. Na een poosje stapten daar ook Hans en Friso binnen. Hans kende ik wel, via Gerrie van der Klei uit de tijd dat zij samen in de musical ‘Ping Ping’ van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink speelden. Maar Friso had ik nog nooit ontmoet. En alsof het zo wezen moet, zaten ineens juist Friso en ik op een gegeven moment naast elkaar aan de bar. En we raakten in gesprek. En wel zó, dat wij iedereen om ons heen vergaten en wel twee uur met elkaar over van alles en nog wat hebben gepraat. En vooral over Wim Sonneveld uiteraard. Friso vond het leuk dat een relatief jong iemand, ik was toen rond de dertig, zo geïnteresseerd was in een artiest die op dat moment al zo lang dood was. Hij vertelde vrolijk over zijn jaren met Wim. Heel gek, eigenlijk, want we kenden elkaar dus helemaal niet. Maar op één of andere manier was er iets, alsof we elkaar wél al járen kenden. Het was voor mij een heel speciaal moment. Zó dicht bij Wim, was ik nog nooit geweest. Daar zat ik dan. Met de auteur van ‘Nikkelen Nelis’, ‘Lieveling’, ‘Moeder, ik wil bij de revue’, ‘Josefien’ en natuurlijk van ‘Het Dorp’! We hebben elkaar nog vaak ontmoet. Friso was een geweldige man, met grote belangstelling voor alles en iedereen. En niet zomaar voor de show, nee, échte interesse. En gewoon heel erg aardig.

Hij gaf me ooit een gesigneerde foto van Wim. Die ik natuurlijk koester. In 2006 overleed Friso. Hij wordt gemist door velen. Bij de laatste voorstelling van de laatste show van Sonneveld, ‘Wim Sonneveld met Willem Nijholt en Corrie van Gorp’, deed Wim iets speciaals: ‘Dames en heren, dit is de allerlaatste voorstelling, dus deze heb ik niet meer nodig.’ Hij knoopte zijn stropdas los en slingerde het de zaal in. Daar werd de das opgevangen door accordeonist Eddy Hoorenman, ook een groot fan van Sonneveld’s werk. Dat gebeurde in 1972. En precies veertig jaar later, toen ik in 2012 mijn vijftigste verjaardag groots vierde, kreeg ik deze stropdas van Wim Sonneveld van Eddy cadeau. Een groots geschenk! Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor. Voor mij betekent het heel veel. Uiteraard! Deze das droeg hij dus toen hij voor de laatste keer in zijn leven, in het theater zijn publiek toezong! Heel bijzonder.

En nog altijd komen er boeken, CD’s en DVD’s uit van het arbeidzaam leven van Wim Sonneveld. Hij zal dus niet alleen maar voortleven op tikkende platen, die tijdens zijn bestaan werden uitgebracht, maar ook op de moderne schijven. De CD en DVD heeft hij uiteraard zelf nooit meegemaakt. En toch zijn nu de theatershows en opnames die hij in de studio gemaakt heeft, hierop te horen. Voor altijd. 
Zodat we op elk moment gewoon, als we er zin in hebben kunnen denken: ’Doe ‘ns wat, meneer Sonneveld’.