De Dijk geeft spetterend concert in de regen

Het water kwam echt met bakken uit de lucht. Niet ideaal, als je naar De Dijk gaat in een openluchttheater zoals Caprera in Bloemendaal. Toch was het rammetje vol en werd het een topavond. De Dijk kon het water weliswaar niet tegenhouden, maar maakte er wel één groot feest van.

De weersvoorspellingen voor vrijdagavond 15 september waren ronduit beroerd: rode vlekken op buienradar en heel veel water op komst. Toch lijkt dit maar heel weinig bezoekers van de show van De Dijk thuis te houden. Het is helemaal vol en de mensen zijn goed voorbereid. Als Huub van der Lubbe opkomt, aanschouwt hij een zee van regenkleding. “Om een beetje tegenwicht te bieden heb ik maar wat zomers aangedaan”, aldus de in een geheel wit pak gestoken zanger, “maar die poncho’s staan jullie goed!”.

Het is een prachtnacht
De Dijk opent toepasselijk met het nummer Prachtnacht van het theatertour album Groef, dat in maart van dit jaar uitkwam. Het album is een verzamelaar met twee nieuwe nummers, vergeten liedjes en ouder werk dat voor de tour in een nieuw jasje is gestoken. Gedurende de avond blijkt dat er wel meer toepasselijke teksten de revue passeren, zoals ‘Het had al lente moeten zijn’ uit Liefje liefje en natuurlijk ‘het regent in de straten’ uit Niemand in de stad. Elke associatie met regen wordt met vrolijk applaus ontvangen.

Al bij het tweede nummer 'Binnen zonder kloppen' wordt er volop gedanst. Het publiek heeft er zin in en zowel Van der Lubbe als de band stralen een aanstekelijke vrolijkheid uit. “Goed dat jullie er zijn!” blijft Huub benadrukken. Zijn spraakzaamheid en enthousiasme zijn een voorbeeld voor veel andere artiesten. Het heeft ook zijn weerslag op het publiek, dat al na enkele nummers massaal in beweging is.



Eén met het publiek

Zelfs als het stopt met zachtjes regenen en de hemelsluizen open gaan, worden de heftige buien met luid gejuich getrotseerd. En alsof de setlist erop is afgestemd, zet De Dijk ‘Als het golft, dan golft het goed’ in. Heerlijk te zien dat Huub in de misère van het publiek wil delen: hij pakt het voorste puntje van het toneel, dat niet overkapt is, en zingt uit volle borst in de stromende regen. Zijn bovenkleding gaat uit en hij probeert z’n shirt aan de overzijde van de Bloemendaalse gracht te krijgen. Een oorverdovend applaus valt hem terecht ten deel. Ondertussen gaat ook de band los: een ijzersterk geheel, de routine spat eraf, en toch gaat het niet op de automatische piloot, ze genieten volop. De saxofoonsolo van Roland Brunt springt eruit, die met z’n prachtige geluid en mooie opbouw de zaal op z’n hand krijgt.

Niet ziek worden hè!
Stoppen is niet je sterkste punt, als je al in 1982 je eerste album uitbrengt en nu nog zo toonaangevend bent in de Nederlandse muziekwereld. Ook vanavond zit stoppen er niet in. De ene toegift volgt op de andere. Als publiek kom je oren tekort om te verzinnen welke hit er nog kan volgen. Dus gaat het spreekwoordelijke dak eraf als De Dijk Hou me vast en Dansen op een vulkaan inzet.

En als dan toch het laatste nummer wordt ingezet, bedankt de frontman van deze dijk van een band zijn publiek uitgebreid: “Wel thuis! Kruip lekker in een warm bed, neem er een kruik bij, en niet ziek worden hè!”

De Dijk speelt op zaterdag 16 september een tweede voorstelling in Caprera. Onbekend is nog of er dan ook zoveel regen zal worden ingezet. Daarna zijn ze met hun najaarstour nog tot en met december 2017 door het hele land te zien.